Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaartkerk

adres: Hofstraat, 9200 Oudegem

Parochievicaris

Walter Van Der Meulen
Onze Lievevrouwkerkplein 7
9200 Dendermonde
Tel.: 0496 53 00 85
walter.vandermeulen@parochiedendermonde.be

Liturgische vieringen

Zaterdag 18.30 u

Kerkraad

Voorzitter: Walter Deygers
Secretaris: Paul Van Royen
Penningmeester: Gunther De Bock
Leden : Johan Mattheys, Michel Roggeman, Paul Van Steen

Historische en kunsthistorische beschrijving

Vrij naar de "Gids Dendermondse kerken" door Aimé Stroobants.

Geschiedenis

De parochiekerk van Oudegem is toegewijd aan O.L. Vrouw Tenhemelopneming. De voorloper van de huidige, driebeukige kerk was ververmoedelijk een kleine éénbeukige romaanse kruis-of zaalkerk, die vermoedelijk in de 11de of 12de eeuw tot stand kwam. Mogelijk in de tweede helft van de 13de eeuw werd deze te klein geworden kerk vervangen door een vroeggotische, waaraan tot op heden de vieringtoren en delen van de middenbeuk herinneren. In de hoek tussen het koor en de noordelijke kruisbeuk bevond zich de eerste sacristie. In de 14de en 15de eeuw volgenden verhogingen en vergrotingen van de noordelijke en de zuidelijke kruisbeuk. Na de beeldenstorm (1578)  waren grote herstellingswerken(1597) noodzakelijk. Pas rond 1609 was de kerk terug volledig bruikbaar voor de eredienst. De pas in 1614 herstelde toren zou de komende eeuwen nog herhaaldelijk te lijden hebben van krijgsverrichtingen. De eerste maal gebeurde dit in 1667, tijdens de belegering van Dendermonde door de troepen van Lodewijk XIV. In 1678 was de toren opnieuw hersteld. De kerk werd als gevolg van bevolkingsaangroei in het begin en in het midden van de 18de eeuw uitgebreid.

In 1864 werd het rond de kerk  gelegen kerkhof gesloten en omgevormd tot een plein. Toen het aantal inwoners in het begin van de 20ste eeuw de drieduizend benaderde, besloot men de kerk oopnieuw te vergroten onder Pastoor Bonner( 1907-1931). Na de afbraak van het oude koor en de sacristiën werden langs de oostzijde drie neogotische koorkapellen opgetrokken, met aan de noordzijde een nieuwe sacristie. Ter gelegenheid van deze uitbreiding schonk de familie Dubois 25 gebrandschilderde glasramen., die in 1911-1913 werden geplaatst. Ze komen uit het atelier van Josph Casier (Gent 1582-1925).

De pas vernieuwde kerk werd op 25 september 1914, tijdens de gevechten om Dendermonde, door Duitse kanonnen vanuit de Kasteeldreef te Gijzegem beschoten. Daarbij werden de torenspits en de westmuur van de torenromp volledig weggeblazen. Na de voorlopige herstelling van de schde werd de volledige resturatie uitgevoerd in 1921.

De voorbije jaren werd de gevels, de daken en de glasramen gerestaureerd, in afwachting van de noodzakelijke opfrissing van het interieur.

De toren en de kruisbeuk van de kerk werden bij KB van 20 juli 1946 als monument beschermd. Deze bescherming werd bij KB van 12 januari 1987 uitgebreid tot de hele kerk en haar interieur.

Op kerkbezoek

Bij een bezoek aan de kerk gaat in de eerste plaats de aandacht naar de drie neogotische altaren en de kleurrijke gebrandschilderde glasramen.

De drie monumentale altaren werden uitgevoerd naar de ontwerpen van de architect Jules Goethals uit Aalst. De altaren werden uitgevoerd in witte hardsteen door de bekende kunstenaar Remi Rooms. De samenstelling bestaat, naar liturgische voorschriften, uit een tombe, waarbij het altaarblad of -steen berust op de tombe, maar vooraan geschraagd wordt door vier gevlamd-marmeren kolommen, zodat het geheel zowel het uitzicht van een altaar-tombe als van een altaartafel kreeg.

Bij het hoofdaltaar is de retabel en middendeel, volledig uitgevoerd in verguld koper, gemaakt in het werkhuis van Emile Pirot te Luik. De beide vaste zijpanelen zijn in het midden verbonden door het tabernakel waarboven zich de H.-Sacramentstroon met calvarieberg en overkoepelend baldakijn bevindt. In deze beide panelen zijn de beelden uitgevoerd in bas-reliëf, evenals Maria en Joannes op de calvarieberg, terwijl de gekruisigde Christus massief is uitgebeeld. Alle beelden zijn verzilverd.

Het eigenlijke altaar werd door dezelfde beeldhouwer uitgevoerd. Maar de retabel en het middenstuk, samen met de omlijsting van de zijluiken, zijn in oude eik gesneden door beeldhouwer Van Caelenberg uit Aalst. Het middendeel is een nis met overdekkende koepel, voorzien als troon voor een staand Mariabeeld; de vaste zijpanelen vertonen beeldengroepen. De zijluiken bevatten geschilderde taferelen op roodkoperen platen uitgevoerd door Honoré Verwilghen.

Het altaar van het H. Hart van Jezus bevindt zich in het rechterkoor. Voor het schilderen van de zeven grote panelen en acht afzonderlijke figuren heeft kunstschilder H. Verwilghen er vier jaar over gedaan. De retabel bestaat uit drie vaste delen, twee vleugelluiken en twee kleine luiken, zodat het bovendeel geheel kan afgesloten worden.

De verdere bemeubeling van de drie koren verdient de bijzondere aandacht, niet alleen omwille van de vakkundige afwerking en de kunstige versiering, maar vooral voor wat de koorgestoelten en de communiebanken betreft.

De predikstoel en de twee achterste biechtstoelen zijn werken van Jan-Baptist Verhaegen uit Brussel; bezienswaardig omwille van hun mooi beeld- en snijwerk. De voorste twee biechtstoelen werden gemaakt door Judocus van Rossem.

Achteraan in de linkerzijbeuk staat de renaissance doopvont, gemaakt met roodmarmeren voetstuk en koperen torendeksel.

De 25 kleurrijke gebrandschilderde glasramen die de kerk rondom sieren en verlichten, werden uitgevoerd door Jos. Casier uit Gent, naar de ontwerpen van baron Jean de Bethune.

Het pijporgel (1768-1769) is van de hand van de Gentse orgelbouwer Pieter Van Peteghem. Het telde oorspronkelijk 21 registers, twee klavieren en drie blaasbalgen en werd behulp van giften aangekocht. Daarom staat op de voet van het orgel geschilderd ; ’T MILD VOLK VAN AUDEGHEM,DOOR IEVER AEN GEDREVE,/ HEEFT DESEN ORGEL MET EEN TRASSCHE HAND GEGEVEN.

Pastoor Bonner liet het orgel in 1922 uitbreiden tot 26 registers.

Tevens bevat de kerk een groot aantal kunstwerken: beelden, schilderijen, edelsmeedwerk, gewaden en klokken.