Over de parochie

OVER DE PAROCHIE…

Het lijkt alsof de parochie altijd heeft bestaan. Inderdaad, ze is zeer oud, maar de eerste christenen kenden het territorialiteitsprincipe niet: ze vormden kleine gemeenschappen. Deze gemeenschappen worden in de Handelingen van de apostelen idyllisch beschreven. Allicht een geïdealiseerde voorstelling. Want in de brieven van Paulus – eerder geschreven dan de Handelingen – klinkt het anders en wordt door Paulus verdeeldheid en onenigheid veroordeeld. Hij roept op tot broederlijkheid en goede verstandhouding. Waar mensen samen leven en samen werken wordt blijkbaar ‘gemenst’; ook in de kerk!  Waar mensen zijn worden zo nu en dan fouten gemaakt!

Pas toen het christendom zich begon te organiseren ontstond de parochie. Vooral toen het geloof zich buiten de steden begon te verspreiden, was die territoriale aanpak noodzakelijk. Door het gebrek aan communicatiemogelijkheden en mobiliteit moesten de christenen zich wel scharen rond duizenden parochiekerken. De hele geloofscultuur werd honkvast en elke parochie moest elke service kunnen aanbieden: prediking, viering en diaconie. De pastoor stond centraal. In de praktijk draaide alles vaak rond diens persoon. Waar de zogenaamde ‘vrijheid en creativiteit’ werden gepreekt, evolueerden de parochies vaak tot ‘eilanden’ die ver van de oorspronkelijke bedoeling stonden, ver weg van de ruimere kerk!  Maar… levensomstandigheden wijzigen. Mensen leven niet meer honkvast en zijn veel minder territoriaal verworteld… Dat voel je zo in hun spreken en handelen. Dat hoorde ik gisteren nog tijdens een korte babbel op straat: ‘We zijn net terug van Spanje want onze dochter woont daar… we gaan een aantal keren per jaar op bezoek want naar ginder reizen kost weinig moeite. Van Dendermonde naar de Ardennen met de trein neemt net iets minder tijd in beslag als onze reis naar Spanje én voor de prijs moeten we het ook niet laten’. De wereld is een dorp geworden, dacht ik spontaan.

Het zou dwaas zijn te ontkennen dat ook de geloofsomstandigheden wijzigen!  Stad of dorp en parochie vallen niet meer naadloos samen, integendeel. Een bloeiend verenigingsleven is geen garantie voor een bloeiende parochie… Dat zien we heel duidelijk tijdens de doorsnee zondagen als er weinig of geen misintenties zijn: we ontvangen dan overal (!)  minder gelovigen en de gemiddelde leeftijd is hoog. Het is echter niet aan mij besteed omheen de realiteit en waarheid te fietsen: de secularisatie doet in Vlaanderen haar werk. Dat is een eerlijke vaststelling zonder veroordelen of vooroordeel. Veel te vaak worden de problemen in onze kerk herleid tot het priestertekort. Dat is een heel kortzichtige manier van kijken!  Kardinaal Danneels gebruikte volgend beeld: ‘de kerk is als een pot melk, bijna tot de rand gevuld (verzameling van gelovigen), die kookt op hoog vuur. De melk die overkookt kan je vergelijken met de roepingen; vandaag is de pot slecht heel gedeeltelijk gevuld; de melk kookt in…’. Laat ons gewoon de zaak eerlijk benaderen: we zijn met veel minder dan vroeger, we worden een kleine kerk én dat heeft consequenties. Jozef kardinaal De Kesel zei in een interview: ‘De Kerk moet een toontje lager zingen.’ Al voegde hij er, geheel terecht, aan toe: ‘Ze moet wel blijven zingen’. De Franse bisschop Claude Dagens poneerde in een homilie: ‘misschien is onze belangrijkste opdracht vandaag om samen te leren meer christen te zijn in de wereld en meer mens in de kerk’. Dat is, naar mijn bescheiden mening, dé uitdaging die voorligt en niet territoriaal is gebonden. Het wordt de inzet van de ruimere kerk, van de nieuwe parochie die we mogen vormen, want hier liggen veel kansen!

Ik sta daarom voor een ander pastoraal project waarbij traditie en gewoonte een plaats hebben maar niet worden gebetonneerd tot een massief, onveranderlijk blok. Pastoraal is niet statisch maar dynamisch! Als we nog zelden jonge mensen ontvangen in onze zondagsliturgie moeten we elke andere kans tot ontmoeting en gesprek aanwenden. Daarom is het noodzakelijk een kwaliteitsvolle sacramentenpastoraal uit te bouwen. Wanneer bijvoorbeeld ouders een doopsel voor hun kindje vragen is dat een aanleiding om met hen in gesprek te gaan. Velen zouden verwonderd staan van de dynamiek die uitgaat van zo’n ontmoeting tussen verschillende koppels en het gesprek dat hieruit voortvloeit! Niet zelden geven juist die jonge mensen mij, vanuit hun getuigenis een duwtje in de rug op mijn geloofsweg van zoeken, vallen en opstaan!  Ook mensen die wensen te huwen worden samengebracht voor ontmoeting en gesprek. Gelukkig kan ik bij deze aanpak rekenen op onze diakens en geëngageerde leken en catechisten. De vormselcatechese wordt intergenerationeel en mystagogisch benaderd; dure woorden om aan te geven dat ook ouders en grootouders, verscheidene generaties in het catecheseproject worden betrokken. Mystagogisch beduidt dat we geen lesjes meer geven maar liever vanuit het mysterie of de ervaring het geloof leren kennen!

Diakens, gebedsleiders en priesters worden gevraagd veel aandacht te besteden aan rouwbezoeken bij families die met een overlijden worden geconfronteerd. Rond de ‘rouwtafel’ gaat het bij voorkeur over meer dan de praktische regeling van de uitvaart.

Ik ben alle medewerkers, mensen van goede wil die deze kaart durven te trekken, heel dankbaar!  Zij leveren heel goed werk en zijn bereid zich te vormen. Dat maakt het pastoraal, gelovig leven boeiend en leidt tot inzichten die we met elkaar kunnen delen. Het brengt ons tot de slotsom dat we in onze kerk niet werken omwille van ons eigen verworven plaatsje of ego maar wel Ad Maiorem Dei Gloriam, zoals Ignatius van Loyola het zijn Jezuïetenorde leerde!

 

Deken Jo