Leven met Diabetes

Op zaterdag 14 november is er de jaarlijkse Werelddiabetesdag. 'Wereld Diabetes Dag' werd in 1991 door de Internationale Diabetes Federatie (IDF) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geïntroduceerd als reactie op de alarmerende toename van diabetes over de hele wereld. Het doel ervan is aandacht en begrip te vragen voor diabetes, dat wereldwijd epidemische vormen aanneemt, onder volwassenen maar ook onder kinderen.

Enkele feiten over diabetes

De oorzaken van diabetes of suikerziekte zijn nog niet volledig begrepen. Risicofactoren zijn onder andere erfelijkheid, leeftijd, te weinig lichaamsbeweging, overgewicht, ongezonde voedingsgewoonten, roken, bepaalde medicatie of bepaalde ziekten. Belangrijk is de risicofactoren en symptomen te (her)kennen en tijdig in te grijpen.

Hoewel er geen exacte cijfers zijn over het aantal mensen met diabetes en het jaarlijks aantal nieuwe gevallen weten we dat diabetes toeneemt. In 2007 had 1 op 12 volwassenen diabetes. In 2025 zal dat 1 op 10 zijn! Mensen zien het vaak als een ouderdomsziekte maar dat is niet noodzakelijk het geval.

Er zijn 2 types:

  • Type 1 treft vooral kinderen en jongvolwassenen. Het is een auto-imuunziekte waarbij de pancreas of alvleesklier het hormoon insuline niet aanmaakt. Hierdoor hoopt suiker zich op in het bloed. Daarom wordt vier maal daags insuline toegediend. Het aantal diagnoses blijft ongeveer stabiel maar de ziekte wordt op steeds jongere leeftijd vastgesteld.
  • Type 2 is de meest voorkomende vorm: meer dan 9 op 10 gevallen. Vooral dit type gaat in stijgende lijn. Oorzaken van de stijging zijn te zoeken in de vergrijzing van de bevolking en een ongezonde levensstijl. Door ‘sleet’ maakt de pancreas te weinig insuline aan.

Diabetes is niet te genezen. Het is een chronische aandoening die vanaf het moment van de diagnose levenslang je aandacht vraagt om complicaties te vermijden. De tijd van een streng diabetesdieet is gelukkig voorbij! Met de juiste medicatie, gezonde voeding, voldoende lichaamsbeweging en de steun van de omgeving en zorgverleners kunnen diabetespatiënten een leven leiden zoals ieder ander.

Ik vroeg een paar patiënten hoe zij en hun omgeving omgaan met diabetes.

BASIEL

‘Ik ben Basiel Van Mossevelde, een rustige jongen van 9 jaar.

Mijn ouders hebben zelf ontdekt dat ik diabetes zou hebben (mijn mama is verpleegkundige en herkende de symptomen) in september 2015. We werden al snel doorverwezen naar het UZ Gent waar we nog steeds in behandeling zijn. Het verdict is heel hard aangekomen binnen ons gezin. We wisten dat het om diabetes type1 ging, dus voor de rest van mijn leven. Ikzelf besefte het toen nog allemaal niet zo goed omdat ik nog zo jong was. De reactie van sommige mensen kwam hard aan. Reacties als "Is Basiel dan zo een snoeper?" hebben mijn ouders veel verdriet bezorgd. Type1 diabetes heeft daar totaal niks mee te maken. Het is mijn pancreas die niet compleet is. Daarom vinden wij het heel belangrijk dat dit type veel meer aandacht krijgt in onze maatschappij.

Ondertussen zit ik al in het vierde leerjaar. Mijn klasgenootjes en vrienden zijn allemaal goed op de hoogte en leven met mij mee. Ik ben de enige op school met deze problematiek. Wij zijn heel content op de school De Klinker in Schoonaarde die ons zo goed bijstaan. Wat een geluk! Ik neem elke dag mijn priktasje (=rugzakje) mee met al mijn diabetesgerief (insuline, druivensuiker, tussendoortjes, scanner, heen- en weerschriftje voor mijn bloedsuikerwaarden, ...). De leerkrachten hebben al ieder schooljaar enorm hun best gedaan om alles in goeie banen te leiden en me goed op te vangen. Het is zeker niet altijd gemakkelijk. Ik voel me soms niet goed in de klas (te lage of te hoge waarden). Mijn klasgenootjes hebben dan ook met mij te doen. Soms moet ik in de turnles aan de kant blijven en dat vind ik helemaal niet leuk. Dat maakt me boos en verdrietig. Ik moet regelmatig iets extra eten in de klas, extra water drinken, extra gaan plassen, maar iedereen is het ondertussen al goed gewoon op school. Voor de schooluitstappen, de zwemles gaat er altijd iemand van mijn ouders mee. De school kan niet voor alles verantwoordelijk zijn. Als ouder is het niet evident om een uitzondering te moeten zijn op die momenten. Maar ook zij worden daar supergoed opgevangen en ondersteund.

Ik volg al een drietal jaren zwemles en dat gaat goed. Ook daar blijven mijn ouders bij mij. Hetzelfde voor de badmintonles die ik sedert dit jaar gestart ben. Ik moet altijd mijn priktasje meenemen zodat ik steeds mijn bloedwaarden kan controleren. Er zijn veel schommelingen door mijn jonge leeftijd. Vooral mijn groeihormoon speelt hier een grote rol. Vingerprikken zijn gelukkig verleden tijd. Alles gebeurt via een scanner die om de 14 dagen vervangen wordt en in mijn bovenarm zit. Buiten insuline (4 spuiten per dag) moet ik geen verdere medicatie nemen. Om de 3 maanden moet ik op controle naar UZGent. Ook daar zijn wij enorm tevreden met de begeleiding. Soms ben ik toch wel verdrietig. Dan zeg ik tegen mijn ouders wel eens "de medische wereld kan al zoveel, waarom kunnen ze mij geen nieuwe pancreas geven? Orgaantransplantatie ok, maar dat kan nog altijd niet?" Ik weet dat dit hard binnenkomt bij hen. Ik hoop dan ook dat iedereen weet dat diabetes ernstig moet worden genomen.’

Groetjes, Basiel

PASTOOR PAUL

‘Ik was 46 jaar toen ik geconfronteerd werd met een zware chronische bronchitis. Een onderzoek voor deze aandoening in het ziekenhuis wees uit dat ik een hoog suikergehalte had: Diabetes type 2 dus. Een opname in het ziekenhuis was noodzakelijk. Ik reageerde zeer goed op de medicatie. Dat was al hoopvol. Doch het raakte mij toch diep en maakte mij onzeker en deels depressief. Vooral omdat vader een zware diabetespatiënt was (op 57 jaar reeds gestorven) en hij vele aanvallen van hypoglycemie kreeg. Herinneringen die mij steeds bijbleven en mij bang maakten, daar ik als priester alleen door het leven ga en er ’s nachts geen enkele controle is. Ook mijn familie was dan ook sterk met mij begaan.

Iedereen mag weten dat ik diabetes heb. Een ziekte hebben is toch geen schande. Ik kan alleen maar hopen dat mensen daar op een begripvolle wijze mee omgaan en je helpen om de levenshouding die je moet aannemen zo goed mogelijk te volgen.

Ik heb gelukkig nog geen aanvallen van te weinig suiker gekend, wel soms een wat draaierig gevoel als het wat te laag staat. Een te hoog suikergehalte word je minder gewaar (tenzij het extreem hoog wordt en dus comateus… maar dat heb ik nog niet gehad). Dus blijft het belangrijk om dagelijks je suikergehalte te controleren. Want een te hoog suikergehalte brengt wel schade toe aan uw lichaam: problemen met de bloedvaten, minder goed zien en allerlei oogproblemen, hartklachten, enz.

Diabetes beïnvloedt je leven. Je mag veel maar alles met mate. Maaltijden met suiker bereid mijd je best. Er bestaan weliswaar producten die suikers vervangen. Ook vetten moet je zoveel mogelijk mijden. Dus gezonde voeding is de regel - maar dat geldt voor iedereen - maar toch sterk aangeraden voor diabetespatiënten.

Ik wandel veel omdat beweging zeer goed is. De Griekse arts Hypocrates zei reeds: ‘Bewegen is het beste medicament’. Ik moet daarbij op niets speciaals letten maar ook niet overdrijven. Diabetici die insuline gebruiken moeten bij het sporten wel een voorraad suikers bij zich hebben, om een Hypo te vermijden.

Eten op regelmatige tijdstippen is belangrijk om je suikergehalte goed onder controle te houden. Vooral maaltijden op het late uur kunnen ontregelend werken. Maar een zondeke op bepaalde momenten kan geen kwaad, als het maar geen dagelijkse zonde wordt. Want te dik zijn werkt zeer nadelig voor de werking van de alvleesklier (type 2).

Ik controleer eenmaal ‘s morgens mijn suikergehalte voor het eten. Ik kan alles regelen met pilletjes en neem eigenlijk een minimum aan medicatie. Dat doe ik al vele jaren en ik voel mij daar goed bij.

Vermits ik een stabiel suikergehalte heb moet ik slechts eenmaal per jaar naar het ziekenhuis voor controle.

Ik voel mij nu niet meer verdrietig, maar soms wel angstig als ik iets voel, omdat diabetes inderdaad erge gevolgen kan hebben. Daarom is het zo belangrijk gezond te leven en te letten op wat je eet, regelmatig te bewegen, proberen door het leven te gaan met een gezonde dosis humor en ook voldoende rust in te bouwen in uw leven (want ook spanningen, stress en psychische problemen kunnen invloed hebben op het suikergehalte).’

Paul De Craene, pastoor

Basiel en mama Gaby, pastoor Paul, hartelijk dank om met ons jullie ervaringen te delen. Ik hoop dat het helpt om meer aandacht en begrip te hebben voor de moeilijkheden die jullie dagelijks ondervinden.

Lucille Govaert