De Communie: om het even wat, waar en hoe?

Vrienden,

Een tijd geleden sprak iemand mij in een kerk aan. Hij was zeer kwaad op pastoor X die hem jaren geleden 40 geconsacreerde hosties geweigerd had. De man had namelijk thuis een ‘uitvaart’ voor zijn moeder georganiseerd en vond dat hij daar de communie moest delen. Ik herinnerde mij dat daarover werd gesproken en dat de pastoor op zijn vraag gezegd had dat kerkelijke uitvaarten in de parochiekerk doorgingen en dat hij geen enkele reden zag waarom die onbekende man de heilige communie ter uitdeling mee naar huis zou geven. Hij voegde er vlug aan toe dat hij de katholieke kerk haatte en vond het een schande dat de pastoor hem de ‘gewijde hosties’ geweigerd had. Vreemd toch … hij haat de Kerk, ontzegt zijn moeder een kerkelijke uitvaart maar wil bij hem thuis communie kunnen delen. Begrijpe wie het kan! Waartoe zouden dergelijke praktijken leiden …

Dit voorval (en de paastijd waarin toch heel wat ‘communies’ gebeuren) is een gelegenheid om iets te schrijven over de heiligheid van de communie én over eerbied voor Christus’ aanwezigheid in het heilig Sacrament. Misschien horen sommigen het nu al donderen in Keulen. Ja, voor de kerkgemeenschap is de aanwezigheid van Christus in het eucharistisch brood een geloofspunt. De communie ontvangen of de communie aan anderen geven is niet zomaar iets. Het is iets heiligs van het hoogste niveau.

Als wij in het tabernakel de geconsacreerde hosties bewaren, dan zijn die allereerst bedoeld voor de zieken en bejaarden die werkelijk niet meer naar de kerk kunnen komen. Uiteraard kunnen die mensen ook niet meer naar de Markt komen of naar een grootwarenhuis of een feestzaal. Kunnen ze dat wel nog, dan kunnen ze ongetwijfeld ook in de kerk geraken.

De geconsacreerde hosties in het tabernakel zijn er ook voor de gelovigen die in de kerk de Heer in het heilig Sacrament willen aanbidden en vereren met een bezoek. Heel de kerkruimte wordt vervuld van heiligheid door de aanwezigheid van Christus in het heilig geconsacreerd brood. Natuurlijk is Christus ook op andere wijzen aanwezig in de kerk, allereerst in zijn woord, in het altaar, of in de priester en in de zingende en biddende geloofsgemeenschap. Maar, de aanwezigheid in het eucharistisch brood en in de wijn is van het allergrootste belang.

Daarom proberen we deze heilige dingen – gestalten van Christus’ aanwezigheid – met eerbied, schroom en groot respect te omringen. Daarom wordt voor het tabernakel, het evangelieboek, een kruis, een altaar, geknield of gebogen. Daarom plaatsen we er licht bij en is alles er rond zo mooi. Daarom gaan we niet licht om met het eucharistisch brood, is het niet om het even wie het uitdeelt en hoe men dat doet. Daarom gaat het niet op zomaar aan iemand de communie mee te geven naar huis zonder te weten voor wie die bestemd is. Daarom wordt aan hen die bij zieken en bejaarden de heilige communie aan huis dragen gevraagd zich kenbaar te maken en het heilig brood dat ze vanuit de eucharistie meekrijgen met de hoogste eerbied te omgeven. 

Ik denk dat het goed is even na te gaan of wij die eerbied en die schroom terug vinden in onze eigen houdingen, bv. bij het te communie gaan of bij het zien of passeren van het tabernakel. Het is niet goed daarbij slordig te zijn en geen eerbied te tonen. Er is nog werk te doen. Verstaan en beseffen wij voldoende dat Christus in de geconsacreerde hostie werkelijk midden onder ons aanwezig is? Als dat besef wegkwijnt of er niet meer of onvoldoende is, dan verdwijnt ook vlug het respect en de eerbied voor het heilige, het altaar, het tabernakel …  Denken we daar samen verder over na?

Deken Jo