DAG VAN DE AARDE

De aarde, er is er maar één…

Wat betekent juist een dag van de aarde?

De dag van de aarde is een jaarlijks terugkerend evenement op 22 april dat plaatsvindt in alle landen. Deze dag heeft als doel de bewustwording van ons consumentengedrag en de invloed hiervan op onze planeet. Dit jaar is het precies 50 jaar geleden dat een initiatief genomen werd met als onderliggend motto: “ Verbeter de wereld, begin bij jezelf.” Het klinkt vandaag behoorlijk wrang dat juist de V.S. toen het initiatief nam voor zo’n dag.

Wat kunnen we doen voor de aarde?

Wat we kunnen doen voor de aarde sluit eigenlijk naadloos aan bij de veertigdagentijd. Ons bewust worden dat ons dagelijks gedrag een invloed heeft op het ganse systeem dat ons voedt en draagt. De Italiaanse schrijver Sandro Veronesi stelt het in een interview in de Standaard onlangs bijzonder scherp: ‘Het echte virus op de planeet aarde, dat is de mens. Die koloniseert en vernietigt de aarde. Het lijkt haast alsof het coronavirus de antilichamen vormt van de aarde, die nu op de mens worden afgevuurd, omdat de mens nutteloos en zelfs schadelijk is voor de planeet. In plaats van zich aan te passen aan de natuur, past de mens de natuur aan zijn eigen behoeften aan.’

Reeds in 1972 waarschuwde de Club van Rome dat er grenzen aan de groei zijn. De boodschap van deze industriëlen en wetenschappers heeft nog niets aan actualiteit ingeboet.

Wat voorspelden zij dan precies?

Er werd een verband gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Het rapport gaf een prognose van het grondstof- en voedselverbruik in de wereld voor de komende jaren. Daarin werd een beeld geschilderd van in een aantal decennia oprakende grondstofvoorraden. Gelukkig zagen zij het wat te pessimistisch. Critici gaven aan dat het rapport onvoldoende aandacht gaf aan de mogelijkheid om met behulp van nieuwe technologieën het doemscenario af te wenden. De club zorgde er wel voor dat het leefmilieu wereldwijd op de politieke agenda kwam te staan.

Kwam klimaatverandering er reeds in aan bod?

Nee en ook niet het gat in de ozonlaag, dat we inmiddels grotendeels gedicht hebben. Een andere dreiging die in het gekrakeel rond klimaat vergeten wordt is de enorme achteruitgang van de biodiversiteit overal ter wereld. Zelf ben ik al heel mijn leven met dit thema begaan. Als ik vergelijk wat er sinds de jaren 60 aan natuur rondom ons verdween, dan is dat gewoon ontstellend. De meeste mensen zijn zich hier niet echt van bewust maar de belevingswaarde van onze omgeving verdampt aan een angstwekkend tempo. De veldleeuwerik is op die tijd met 95% afgenomen. Overal is het ‘buisiness as usual’ maar om geestelijk gezond of gewoon gelukkig te zijn heeft een mens niet alleen geld maar ook schoonheid nodig, diversiteit. Enkele jaren terug vlogen we in de zomer  met een sportvliegtuigje over een deel van Vlaanderen om foto’s te nemen van ons natuurreservaat in Geraardsbergen. Alles wat we onderweg zagen was urbanisatie en maïsvelden.

Louis Neefs zong er al over …

Inderdaad, in 1970 was dit lied al een voorbode op het rapport van de club van Rome. Het was echt een eye-opener, iedereen zong het mee.

Laat ons een bloem

En wat gras dat nog groen is

Laat ons een boom

En het zicht op de zee

Vergeet voor een keer

Hoeveel geld een miljoen is

De wereld die moet nog een eeuwigheid mee

Zelf ben ik een liefhebber van Jules Decorte die volgend jaar 25 jaar geleden overleed en vooral gekend is van het lied  “ Ik zou wel eens willen weten “ . Hij schreef  echter ook vaak over de onbarmhartigheid waarmee de mens de aarde behandelt. Hij was blind maar zag scherper dan veel tijdgenoten, sommigen verweten hem te negatief te zijn maar op afstand klinken zijn liedjes profetisch. Een voorbeeld? Een typisch lied aansluitend op het lied van Neefs, met dat voor Jules De Corte telkens zo verrassend einde.

DE BOOM

De boom zei tot de boompjes: Ga slapen zoet en zacht

Het is tijd voor lieve droompjes, zo aanstonds waakt de nacht

De kleine boompjes deden onmiddellijk moeders zin

Ze zegden hun gebeden en sliepen weldra in

Toen kwamen schone dromen als engelen uit de lucht

De boompjes werden bomen, en droegen volop vrucht

Hun stammen recht en krachtig, hun wortels wel geplant

Hun kruinen breed en machtig, de schoonste van het land

En duizend vogels bouwden hun nestjes tussen ’t groen

Die minden en die trouwden gelijk het vogels doen

En moeder aarde draaide, gestadig draaide zij

Tot alle hanen kraaiden, toen was de droom voorbij

De boom zei tot de boompjes: ontwaakt en weest bereid.

Hoe anders dan in droompjes is de realiteit.

Je zult nog moeten leren dat schoonheid nauwelijks telt.

Een boom moet slechts renderen, want dat betekent geld.

Dus plundert moeder aarde, hoezeer gij ‘t ook verfoeit.

Slechts geld bepaalt de waarde van al wat leeft en groeit  

Het thema van “ lief zijn voor de aarde “  gaat al heel lang mee …

Inderdaad, ik herinner me nu die magistrale toespraak van Opperhoofd Seattle van de Duwamish-stammen, in een toespraak  aan de president van de Verenigde staten. Ik citeer hier een deeltje van die toespraak maar je moet ze beslist eens googelen en rustig overwegen. Indrukwekkend ! Geschreven in 1855. ”Het grote opperhoofd in Washington heeft gesproken: hij wenst ons land te kopen. Het grote opperhoofd heeft ook woorden gesproken van vriendschap en vrede. Dat is zeer goed van hem omdat we weten dat hij onze vriendschap niet nodig heeft. Maar we zullen over uw aanbod beraadslagen want wij weten dat als wij ons land niet verkopen, de blanke man met zijn geweren komt en het in bezit neemt.

Hoe kun je de lucht, de warmte van het land kopen of verkopen? Dat is voor ons moeilijk te bedenken. Als wij de prikkeling van de lucht en het kabbelen van het water niet kunnen bezitten, hoe kunt u het dan van ons kopen? (…) Wij zijn een deel van de aarde en de aarde is een deel van ons.”

Ook onze paus liet zich niet onbetuigd met zijn encycliek Laudato Si uit 2015.

Geen enkele paus liet zich zo duidelijk uit over onze plicht als mensheid voor de aarde te zorgen. Eerbied voor de schepping is als het ware een daad van naastenliefde aan de volgende generaties. De beginwoorden van de encycliek citeren de eerste woorden van het zonnelied van Franciscus, waarin de heilige God looft en prijst om zijn schepping. Een gans andere benadering dan deze van de moderne mens voor wie alle waarde in geld wordt uitgedrukt. De encycliek kreeg als bijtitel: “Over de zorg voor ons gemeenschappelijk huis…” met dien verstande dat we geen eigenaars maar huurders zijn, met alle consequenties van dien.

Is er hoop op beterschap, gaat de mens leren uit deze coronacrisis?

Ik heb slechts hoop indien de mensheid en elke mens afzonderlijk, bereid is de uitgestoken hand van zijn Schepper - die één en al Liefde is - vast te grijpen. Onze relatie tot onszelf, onze medemens en de natuur hangt af van die eerste, vitale relatie. Indien het daar goed zit volgt al de rest. In die zin hoop ik dat deze heftige crisis de mensen tot nadenken stemt en meer doet leven naar de binnenkant. Als dit het gevolg zou zijn van deze nachtmerrie waarin we beland zijn, dan is dit alles toch niet iets om straks volslagen negatief op terug te kijken.

Nog een laatste gedachte?

In mijn woonkamer hangt een canvas dat volkomen zwart lijkt, bij nader toezien zie je wat zijdelings een licht blauw stipje. Pale Blue Dot is een foto genomen door de ruimtesonde Voyager 1  van de aarde, op een recordafstand van 6 miljard kilometer.  Het toont aan hoe nietig de Aarde is tegenover de uitgestrektheid van het heelal. Die aarde dat is ons gemeenschappelijk ruimteschip, er is geen kans op leven elders zoals we dat hier kunnen. Deze aarde is ons geschonken, de onmetelijkheid errond verwijst ons christenen naar Gods oneindigheid, ook naar zijn oneindige liefde voor ons.

Buiten breekt de lente volop door  … een feest van verwondering voor me, een golf  van dankbaarheid komt spontaan in mijn hart op. Een woordeloos gebed zoekt zijn weg naar God, daar diep van binnen.

Pastoor Walter