Brief van Pastoor Paul De Craene 15/05/2019

ZE HOUDEN VAN ELKAAR

In de evangelielezingen tijdens de paastijd vernemen wij dat de leerlingen van Jezus elke week op zondagavond samenkwamen om Hem te gedenken. Om met elkaar de boodschap te delen die Hij hun naliet en voor het breken van het Brood (de eucharistie). Zij ervaren op dat moment meer dan anders Zijn aanwezigheid. Zij denken terug aan die laatste avond toen Hij samen met Zijn vrienden het joodse paasmaal heeft gevierd. Dit is: de herdenking van de uittocht en de bevrijding uit de slavernij van Egypte. Judas heeft de bovenzaal net verlaten en zal nu snel zijn plan van verraad uitvoeren. Alles waarvoor Jezus geleefd heeft, namelijk om Gods liefde zichtbaar te maken bij de mensen, zal nu de ultieme test doorstaan. Uit alles wat Hij de komende uren zal meemaken: Zijn lijden, dood en verrijzenis zal blijken hoe groot Zijn Liefde voor God en mensen is. Duidelijker kan het niet. Maar eveneens hoe groot Gods liefde voor de mensen is. Hij wil voor ons allen het Leven en niet de dood, het hemelse geluk en niet de ondergang. Met dit alles in het vooruitzicht spreekt Hij tot Zijn leerlingen. Het zijn woorden van een Leraar die Zijn leerlingen voor het laatst het belangrijkste op het hart drukt: ‘Heb elkander lief zoals ik u heb liefgehad’. Op het eerste zicht is dit niet zo nieuw. In het Oude Testament roepen de profeten reeds op om van je naaste evenveel te houden als van uzelf, en ook in de tien geboden van Mozes staan de geboden om God en mens lief te hebben. Jezus heeft trouwens ook al eerder over die liefde gesproken: ‘Geen grotere liefde kan iemand hebben dat hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden’. En meer nog: ‘Heb je vijanden lief’. Waar zit het nieuwe dan? Wel, in de woorden die hij er aan toevoegt: ’Zoals ik u heb liefgehad’. Jezus verbindt liefde voor God en voor de mensen met elkaar.

‘Houden van’ heeft vele gezichten. ’Graag zien’ kan begrepen worden als een menselijke emotie, een gevoel of een verlangen. Maar van zo’n liefde kan je geen gebod maken. Het overkomt je. Als Jezus spreekt over een gebod dan is dit niet enkel op onze gevoelens gericht, maar op onze vrije keuze. Voor Hem is liefhebben een daad, een werkwoord. Iets dat niet vanzelf komt maar waar we telkens opnieuw moeten voor kiezen. En het voorbeeld daarbij is Jezus zelf. Hij had aandacht voor zijn medemensen, voor gelijk welke medemens, rijk of arm, ziek of gezond, jood of niet-jood, gelovig of ongelovig. Hij heeft de overspelige vrouw gered van de dood, genas de zieken, raakte de melaatse aan, alhoewel dit absoluut verboden was. Hij genas de knecht van de Romeinse officier, had een diepgaand gesprek met een Samaritaanse vrouw (in de ogen van de joden een heidense en bovendien dan nog een vrouw). Kortom, zijn liefde ging niet alleen naar vrienden, maar ze was er voor iedereen.

Jezus heeft ons een voorbeeld gegeven. Het nodigt ons uit om Hem na te volgen. Ook al valt dit soms moeilijk. Jezus stelt ons een ideaal voor. Juist omdat wij weten dat Hij ons het eerst heeft liefgehad voelen wij ons aangemoedigd om hetzelfde te proberen naar de anderen toe. Ook goede en liefhebbende ouders voelen dit aan. Alleen met woorden en geboden kan je geen enkel kind leren om anderen lief te hebben. Dat kan maar door je kind te laten ervaren wat liefhebben betekent. Als ouders hun kinderen liefhebben stellen zij hun in staat om op hun beurt hun ouders graag te zien en de vele andere mensen die zij zullen ontmoeten.

Alleen hij/zij die Jezus’ liefde heeft mogen ervaren kan op zijn beurt die goddelijke liefde aan anderen doorgeven. Dan zal men van ons zeggen wat in de Handelingen van de apostelen over de eerste christenen staat: ‘Zie eens hoe ze elkaar liefhebben. God is in hun midden’. Jezus leerde ons, die laatste avond van Zijn leven, dat de ware liefde is: breken en delen. Juist daarom vieren wij elke zondag eucharistie, om die bron van liefde die Jezus ons gaf te blijven koesteren en om ervan te leven en te delen met anderen.

 

Paul De Craene