Brief van Pastoor Paul De Craene 10/10/2018

 

HET GROTE ONGELIJK

Vorige week werd het nieuwe boek van Manu Verhulst voorgesteld: ‘Zondagse woorden’ een boek met inspirerende gedachten bij de lezingen van de zondag. Daarin vond ik onder de titel ‘Het grote ongelijk’ het volgende:

Samenspannen, samen een ploeg vormen, een gemeenschap vormen… het zit in de mens ingebakken.

Dat kan op een speelse manier, zoals het supporteren voor je voetbalclub. Het kan ook agressief zijn in een bende of sekte. Maar altijd is er een grenslijn tussen ‘wij’ en ‘zij’. Godsdienst is ook zo een bindmiddel tussen mensen, kan mensen tot een gemeenschap maken, maar kan ook een splijtzwam tussen mensen zijn. Besmet door fanatisme worden mensen dan tegenover elkaar opgezet. De geschiedenis is er vol van, tot op vandaag.

In Jezus’ tijd was dat ook zo. De Joden voelden zich een universeel volk en superieur aan de anderen. Het feit dat men geboren was uit een Joodse moeder was al voldoende om zich meer en beter te wanen. Jezus gaat daar vierkant tegen in, tegen die nationale trots. Zijn droom van Gods Rijk is niet gebouwd op geboorte of afkomst. Voor Hem komt het er alleen op aan om gerechtigheid te doen.

Wat een revolutionaire boodschap! Vandaag zou hij tot ons zeggen ‘Het is  niet omdat je in een katholiek land woont, het is niet omdat je gedoopt bent, zelfs niet omdat je naar de Mis gaat dat je beter bent dan een ander. Je behoort pas tot Gods Rijk als je gerechtigheid beoefent.’

De basisgedachte waar hij van uitgaat is dat het grote gelijk niet bestaat, ook al is dat ingekleed in een nationaal gevoel of in een geloofsbelijdenis. Als mensen het grote gelijk hanteren dan komt er ruzie en onverdraagzaamheid. Dat komt zowel voor bij gelovigen als ongelovigen. Ook een ongelovige kan fanatiek zijn.

Tegen over het grote gelijk staat de huiver voor het mysterie. Alles is mysterie: ons leven, onze plaats in het heelal, ons eigen bestaan, God als eerste oorsprong en laatste einddoel. Niet te doorgronden, maar wel het begin van verwondering, van bewondering, ja van aanbidding.

Dat mysterie van God is nooit te herleiden tot een definitie en nog minder tot een scheikundige formule, dat maakt juist de rijkdom uit van ons geloof in Hem. Het maakt ons tevens nederig dat elke mens op zijn manier een sprankel van dat mysterie mag benaderen. Godsdienst hoeft geen splijtzwam te zijn tussen de mensen, veeleer een uitdaging tot wederzijdse verrijking.

Pastoor Paul