Brief van Pastoor Paul De Craene 10-4-2019

DE GOEDE WEEK….

Zondag 14 april begint de Goede Week. Een heilzame (heilige) week voor elke christen. Ze begint met het triomfantelijk onthaal van Jezus in de stad Jeruzalem (Palmzondag). Velen waren er samen voor het vieren van het Joodse paasfeest. De eenvoudige mensen zagen in Jezus een profetische figuur…. ja, een nieuwe koning die de Romeinse bezetter en ook de meeheulende machtigen zou verjagen en een nieuwe tijd zou inluiden. Omdat de oversten van Jeruzalem bang waren voor een volksopstand moest Jezus uit de weg geruimd worden, nog voor het feest begon. De eenvoudigen waren gelukkig dat Jezus er bij was; zij onthaalden hem met vreugde en met palmen in de hand. Vandaar Palmzondag. Palmen: de twijgen die steeds groen blijven en dus een teken zijn van hoop.

Maar het is ook een week van grote tegenstellingen. Jeruzalem wordt voor Jezus ook de plek van de grootste vernedering. De week van het intieme samenzijn van Jezus met zijn leerlingen bij het laatste avondmaal, maar tevens de week van het grote verraad. Een week van de dood, maar tevens de week van het Leven. Een week van droefheid en ingetogenheid en een week die eindigt in Vreugde en Feest. Jezus gaat de weg van alle mensen. Zijn kruisweg is de weerspiegeling van het leven dat alle mensen vroeg of laat kennen. Hier toont God zijn verbondenheid en solidariteit met het Leven van mensen. Hij doorleeft ons mensenbestaan en schenkt het een nieuwe zin. Zonder het Pasen van de Heer loopt ons leven uit op de nietigheid en de zinloosheid. Juist door zijn Pasen, zijn opstanding uit de dood, krijgt ons leven perspectief, is er hoop voor elke mens, wat er ook moge gebeuren!

Midden in die week, wanneer Jezus afscheid neemt, gebeurt er iets wonderlijks. Het is bepalend voor ons geloof en voor het Leven van elke mens. Hij gaat met zijn vrienden aan tafel om met hen het Joodse paasfeest te vieren, de uittocht uit de verdrukking van Egypte en de intrede in Gods Beloofde Land. En juist op dat heiligste moment zegt Jezus: ‘Eén van jullie zal mij verraden’.  En de evangelist voegt er aan toe: ‘Het was nacht’. De evangelist bedoelt: het was het uur van de duisternis. En de man zelf, Judas, zat in een diepe duisternis. Jezus had zopas de voeten van Judas gewassen en zorgzaam afgedroogd met het witte lijnwaad. Een gebaar van liefde, van dienstbaarheid en zorg voor mensen. Het geloof in Jezus is niet begonnen met een boek, met een uiteenzetting; ook niet met een evangelie. Het christendom is begonnen met een heel menselijke Jezus die mensen bemint. En in zijn liefde tot het uiterste was hij openbaring van Gods grote geheim: God is liefde. In zijn povere menselijke verschijning is Hij het beeld van die goddelijke liefde. Een blijvend teken wil Hij ons daarvan nalaten. Hij bestendigt zijn aanwezigheid in een stukje brood en een teug wijn zoals wij dit op Witte Donderdag en in elke eucharistieviering opnieuw mogen beleven. Zo blijft hij bij ons tot het einde der tijden, als een bron van leven. Daarmee wil Hij ons op het hart drukken: de kern van ons geloof en ons christelijke leven is: Breken en Delen. Wij kunnen het niet genoeg herhalen. Die weg van Jezus willen wij in de komende dagen verder volgen.

Pastoor Paul