Brief van Pastoor Decraene 2-10-2019

IN HET SPOOR VAN FRANCISCUS DEEL 2

In het evangelie lezen we: ‘De volgelingen van Jezus mogen geen goud en zilver bezitten, geen beurs, tas en stok meenemen voor onderweg en geen sandalen dragen’. Nu weet Franciscus het. Hij trekt zijn sandalen uit, past zijn kleding aan en zal zich levenslang verzetten tegen geld en bezit. In 1208 komen Bernardus en Petrus bij Franciscus. Ze sluiten zich aan bij de sobere levenswijze van Franciscus. De volgende dagen en weken zijn er nog jonge mannen die hetzelfde doen.

Om te weten hoe ze hun leven verder moesten inrichten, gingen ze naar de kerk in Assisi en vroegen aan de priester om 3 maal het evangelie open te slaan en het hun voor te lezen. De teksten waren: ‘Ga en verkoop alles wat gij bezit en geef het aan de armen en kom dan terug om mij te volgen’. ‘Ga en verkondig de Blijde Boodschap en neem niets mee voor onderweg’. ‘Als gij een huis binnengaat, zeg dan: vrede zij dit huis.’

Dat begonnen de drie broeders letterlijk te doen. Ze namen het evangelie als hun leefregel. Jonge mannen uit Assisi en omgeving voelden zich sterk aangesproken door hun levenswijze en al vlug waren ze met 12. Ze trokken naar Rome om de goedkeuring van de paus te krijgen voor hun levenswijze. Die kregen ze op 16 april 1209. De paus was verheugd dat er een groep broeders is die in de kerk de armoede willen beleven en die Jezus in alles willen volgen. Franciscus leerde zijn broeders, dat als ze door de straten liepen, ze de mensen altijd moesten begroeten met ‘Vrede en alle goeds‘. Na hun terugkomst uit Rome gaan de broeders van Franciscus zich vestigen in een stal bij Rivotorto. De omstandigheden zijn er zeer armtierig maar de broeders zijn er gelukkig en enthousiast. Na een tijdje worden zij verjaagd door een boer die de stal voor zijn ezel had voorzien. De broeders van Franciscus trekken naar Portiuncula. Hier staat het kerkje van Santa Maria degli Angeli dat Franciscus had hersteld. De broeders beleven hier een gelukkige tijd. Ze leven in volstrekte armoede en trekken rond om te preken en te werken. In het begin vonden de mensen de broeders maar rare lui, maar nu krijgen ze steeds meer waardering.

In Assisi woonde ook een jonge vrouw, Clara. Clara had Franciscus al vaak horen preken en wil hem ook volgen. In de nacht van 18 maart 1212 vlucht zij uit haar huis en gaat naar Franciscus en zijn broeders. Daarna volgen andere vrouwen. Clara en haar zusters gaan wonen bij het kerkje van San Damiano. Clara is daar tot haar dood in 1253 gebleven.

In 1219 gaat Franciscus naar Damiate in Egypte om het kruisvaarderskamp te bezoeken. Hij ziet zelfs de kans bij de sultan, Melek el-Kamil (Moslims) te komen en met hem te spreken. De sultan wordt niet bekeerd tot het Christendom, maar tijdgenoten vertellen wel dat el-Kamil na zijn gesprek met Franciscus veranderd is. Franciscus brengt zo een boodschap van vrede te midden van het strijdgewoel van de kruistochten. Franciscus vertrekt hierna naar het heilige land om de plaatsen waar Jezus is geweest te bezoeken. Een broeder uit Italië komt naar het heilige land om Franciscus te waarschuwen dat er grote problemen in de orde zijn en hij keert zo snel mogelijk terug. De orde is inmiddels behoorlijk gegroeid en er zijn duizenden broeders. De vraag om voorschriften en regels wordt groter. Franciscus weet dat hij daar niet de geschikte persoon voor is. Zijn broeder van het eerste uur, Petrus Catani, volgt hem op als overste van de orde. In 1221 schrijft Franciscus een regel. In 1223 trekt Franciscus zich een tijdje terug in Monte Colombo om een nieuwe versie van de regel te schrijven. Deze regel wordt op 29 november 1223 door de paus goedgekeurd. Dit is de regel die ook nu nog voor de minderbroeders (Franciscanen, de kapucijnen) geldt.

De gezondheid van Franciscus gaat steeds verder achteruit. In het Midden-Oosten heeft hij een oogkwaal en waarschijnlijk ook malaria opgelopen. In 1224 besluit hij naar La Verna, een berg ten noorden van Umbrië, te gaan. Op 14 september ontvangt Franciscus hier de stigmata, de wonden van het lijden van Jezus. Franciscus trekt in 1225 nog rond. Hij verblijft een tijdje in San Damiano. Ondanks zijn ernstige ziekte en pijnen schrijft hij zijn prachtige Zonnelied. Het Zonnelied getuigt van een grote liefde voor de schepping. Franciscus sterft op zaterdagavond 3 oktober 1226 in Portiuncula. Zijn lichaam wordt naar Assisi gebracht. Eerst gaat men langs San Damiano zodat Clara Franciscus nog één keer kan zien. Franciscus wordt in de kerk San Giorgio begraven. Op 16 juli 1228 wordt Franciscus heilig verklaard. Direct daarna begint men met de bouw van de San Francescokerk in Assisi. Het lichaam van Franciscus wordt in mei 1230 naar deze kerk overgebracht.

Pastoor Paul