Brief van Pastoor De Craene 30-9-2020

Geen woorden maar daden

 

Jezus vertelt aan zijn gehoor over de wijngaard. Een vertrouwd beeld voor hen. Het gaat over een mooie wijngaard met goede vruchten. Inderdaad, God wil niets anders dan het goede in deze wereld en voor zijn mensen. Maar het probleem ligt bij de pachters. Hoe gaan zij met die wijngaard om? Zorgzaam of verwaarlozen ze de wijngaard. Het gaat hier om één van de centrale gedachten uit de joodse moraal. Hoe gaan wij om met deze wereld, de natuur en de mensen? Er zijn er bij die weigeren om hun bijdrage aan inzet en ondersteuning te verlenen. Er zijn er die met geweld en zeer kwetsend met de broosheid van de schepping en de mens omgaan. Er zijn er die alleen maar aan zichzelf denken, aan hun eigen voordelen en daarbij hun medemens uit het oog verliezen. M.a.w. het gaat hier over het rentmeesterschap over deze aarde. Velen beschouwen een deel van de aardse rijkdom als hun persoonlijk bezit waar ze mee doen wat zij willen. ‘Dat is van mij, niemand moet zich hiermee bemoeien’, zeggen zij. Zo’n denkwijze is tegen het Bijbelse denken. Wij zijn enkel rentmeester. God heeft een deel van zijn schepping aan ons toevertrouwd en wij mogen er niet mee doen wat wij willen. Wij moeten zijn gaven goed beheren. Niets is van ons en wat wij hebben moeten wij gebruiken om daarmee te bouwen aan een rechtvaardige en vredevolle wereld.

De farizeeën en de tempeloversten geven Jezus volkomen gelijk. Wie geen zorg draagt voor schepping en wereld moet gestraft worden. Ze snappen echter niet dat het over hen ging die het dus wel goed wisten maar er niet naar leven en handelen. Want net zij zijn geen goede beheerders van die goddelijke gave. Ze zijn alleen maar uit op eigen voordelen en macht en laten daardoor de eenvoudige mensen in de kou staan.

Ook wij worden gevraagd om na te denken over onze levenshouding. Wij zijn geen eigenaars van deze wereld. Wij worden geroepen om heel zorgzaam om te gaan met die zeer kwetsbare aardbol en met de medemensen die het moeilijk hebben; zelfs met hen die in de fout gingen. Is onze visie: ‘Wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten’ of gaan wij als Jezus weldoende rond om de ‘verloren schapen’ op te zoeken en hun barmhartig en liefdevol te omringen. Soms is dat heel moeilijk. Maar bereiken wij niet meer door iemand te bemoedigen dan door iemand af te schrijven?

Tal van wetenschapsmensen tonen aan dat duizenden planten en dieren verdreven of vernietigd zijn door onze roekeloze omgang met de aan ons toevertrouwde wereld. Met de kennis en de talenten die wij hebben ontvangen worden wij gevraagd om die parabel niet naast ons te leggen maar deze als leidraad te nemen in onze zorg voor ons leefmilieu en voor de vele mensen die er wonen. De zorg voor de schepping wordt dit jaar in de focus gezet.

Aan de vooravond van de feestdag van Franciscus van Assisi (4 oktober) gaat paus Franciscus naar Assisi om er zijn nieuwe encycliek over de zorg voor de schepping plechtig te ondertekenen. De Boodschap van de paus is: ‘Wij moeten zorgen voor onze gemeenschappelijke woning: de aarde en elk schepsel.’ Alle vormen van leven zijn onderling verbonden. Onze gezondheid hangt af van de ecosystemen die God heeft geschapen en waarvan Hij aan ons de zorg heeft toevertrouwd. Het beste tegengif tegen ongepast gebruik van onze gemeenschappelijke woning is de contemplatie. Wanneer wij niet meer stil blijven staan om het schone te aanschouwen en te bewonderen, is het niet vreemd dat alles wordt tot een object dat men zonder scrupules mag gebruiken en misbruiken. Tot een wegwerpding. De schepselen hebben een waarde op zich en weerspiegelen op hun eigen wijze de oneindige wijsheid en goedheid van God. Om ze te ontdekken is er nood aan stilte, moeten we luisteren en moeten wij ons bezinnen.

Uiteindelijk stelt de parabel aan ieder van ons de vraag ‘Welke goede vruchten breng jij voort, welke bijdrage heb jij reeds geleverd opdat deze wereld een warme thuis zou zijn voor iedereen?’ Wij weten wel dat het kan, maar het ontbreekt ons soms aan moed om er werk van te maken.

Pastoor Paul