Brief van Pastoor De Craene 25-09-2019

IN HET SPOOR VAN FRANCISCUS

Met de vrienden van de vormselcatechese zullen wij dit jaar op weg  gaan naar het H Vormsel in het voetspoor van Franciscus van Assisi.  Twee weken zullen wij de figuur van Franciscus voorstellen in ons parochieblad. Zo kan iedereen de weg van de kinderen volgen.

Franciscus werd geboren in 1182 in het mooie Italiaanse stadje Assisi¨(Umbrië) en kende een onbezorgde jeugd. Over geld hoefde hij zich geen zorgen te maken; er was voldoende voor een leven in luxe. Hij was de zoon van een rijke handelaar in stoffen, maar een eerzuchtige vader. Hij stuurde zijn zoon naar de parochieschool, iets wat niet zo vanzelfsprekend was in die tijd. Daar leerde Franciscus lezen en schrijven. Zodra hij veertien jaar was werd hij opgenomen in de gilde van koopliederen en als voortrekker van zijn vrienden gaf hij graag veel geld van zijn vader uit aan etentjes en drinkpartijen.  Daardoor en omdat hij een innemende en sympathieke jongen was die graag veel plezier maakte, werd hij gekozen tot leider van het jeugdig gezelschap, dat tot ’s avonds door de straten van Assisi en op de markt uitbundige feest vierde.

Franciscus voelt er niet veel voor om zijn vader op te volgen.  Hij droomt ervan om ridder te worden. Daarom gaat hij  in 1202 strijden in de oorlog tegen Perugia. Hij ontsnapt aan een bloedbad. Assisi wordt echter snel verslagen en Franciscus belandt in de gevangenis van Perugia.  Zijn gezondheid lijdt er heel erg onder.  Meer dan een jaar later kon zijn vader hem uit de gevangenis vrijkopen en ziet Franciscus na een zware depressie een nieuwe toekomst tegemoet. Niet de toekomst die zijn vader op het oog had.  Vader wou dat Franciscus zijn opvolger zou worden in het verkopen van stoffen. Iets later doste vader hem terug uit als ridder en hij trok ten strijde naar Apulië.

In de buurt van Spoledo besluit hij even te gaan rusten.  Daar krijgt hij een droom.  Een stem die tegen hem zegt, dat hij terug moet gaan naar Assisi.  Daar zal hem duidelijk worden wat zijn werkelijke bestemming is. Hij geeft zijn wapens weg en zal nooit nog een wapen aanraken. Hij werd daarom door velen uitgelachen als een lafaard die niet durfde te vechten.  Na zijn terugkomst zoekt hij de stilte op van de Monte Subasio en steeds vaker denkt hij aan God. Dan vinden er twee belangrijke gebeurtenissen plaats.

In 1205 rijdt Franciscus op zijn paard in de buurt van Assisi. Hij ziet een melaatse aankomen. Normaal zou hij hard weggereden zijn, maar nu stapt hij van zijn paard.  Hij loopt naar de melaatse, omhelst hem en kust zijn half weggerotte hand.  Het maakt hem erg gelukkig en hij ging daarna de melaatse geregeld verzorgen. Vanaf dat moment zal Franciscus altijd partij kiezen voor de zwakkeren en de verdrukten in de samenleving. Sindsdien veranderde Franciscus zijn gedrag.  Als er nog een bedelaar in de winkel kwam gaf hij hem een aalmoes. Zij vader was woedend. In 1206 was er op het marktplein een proces, in aanwezigheid van de bisschop, waarin Franciscus zelfs al zijn kleren uittrok en ze aan zijn vader teruggaf. ‘Voortaan heb ik maar één vader, de Vader in de hemel’ zei hij. Franciscus doet daar afstand van alle bezit en ook van zijn rechten op de erfenis van zijn vader.

Sedertdien zwierf Franciscus, getooid in een jutte-kleed, rond en overnachtte in grotten en spelonken en hij begon steeds meer te bidden dat God hem inzicht zou geven rond zijn levensweg.

Hij kwam in het bouwvallige kerkje San Damiano en werd er getroffen door het kruis dat er hing. 

In een visioen sprak de gekruisigde hem aan:  ‘Bouw mijn kerk weer op’.  Hij begon onmiddellijk aan de heropbouw. Hij ging bedelen om eten en materialen voor de opbouw van de kerk. Enkele vrienden die hem aan het werk zagen wilden ook zo leven.  Zijn vrienden Pietro en Bernardo, sloten zich bij hem aan. Van 1206 tot 1208 herstelt hij ook de kerken Santa Maria degli Angeli en San Pietro della Spina, allebei vlakbij Assisi. Begin 1208 hoort Franciscus op een dag het evangelie van de zending van de apostelen.

Pastoor Paul