Brief van Pastoor De Craene 18-11-2020

Een rijk van liefde

Het kerkelijk jaareinde - volgende week begint de advent – eindigt met een hoopvolle noot. Niet de ondergang van mens en wereld wordt in het vooruitzicht gesteld. Maar Gods Rijk! Een rijk van vrede en gerechtigheid voor alle mensen. Althans voor allen die in Jezus’ voetspoor hebben gewandeld. ‘Komt gezegenden’, zegt de Koning in de parabel die voor de laatste zondag als evangelie is voorzien, ‘want je was tijdens je leven een zegen voor de mensen, in het bijzonder voor de geringsten van mijn broeders en zusters.’ ‘Geringsten’: alle mensen met weinig mogelijkheden en weinig geluk in hun leven. Want jij was een zegen voor hen! Jezus onderlijnt in deze parabel heel duidelijk hoe voor God de liefde onweerlegbaar verbonden is met zorg, aandacht en liefde voor je medemens. Zeg nu niet dat ons geloof een wereldvreemd gebeuren is! Integendeel, wie met een gelovige kijk in het leven staat moet met open ogen kijken naar de wereld om zich heen. Dat wil zeggen dat wij met de Koning, dat is de Menszoon, niet als een machthebber maar als een herder met mensen moeten omgaan.

Die boodschap wordt verkondigd op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, dus op het feest van Christus Koning. Het feest van de jeugd. Van een mooiere boodschap kunnen kinderen en jongeren niet dromen. Zij worden uitgenodigd om herder, om hoeder te zijn van elkaars geluk. Om samen te bouwen aan een blije en gelukkige toekomst.

Dit wil zeggen: samen door het leven gaan in het voetspoor van Jezus.

Zij die honger hebben naar een beetje gerechtigheid, tot hun recht laten komen en niet links laten liggen of aan hun lot overlaten.

Zij die nood hebben aan een beetje liefde, met veel genegenheid en tederheid omringen. Het is de basis van alle menselijk geluk

Allen die naakt in het leven staan, overal in hun blootje worden gezet, bespot en uitgelachen worden, omringen met waardering en hun een waardig bestaan schenken.

En wat doen wij met de thuislozen? Alle mensen die zich nergens thuis voelen en nergens welkom zijn. Moet onze christelijke gemeenschap geen warm nest zijn waar thuislozen gekoesterd en geholpen worden?

Moeten wij ons niet samen inzetten opdat elke mens een plekje heeft om gelukkig te zijn?

Mensen die gevangen zitten omdat zij verkeerd zijn geweest of gevangen zitten in hun eigen onvermogen. Zullen wij ook die mensen vergeven en kansen geven en helpen om opnieuw van het leven iets te maken en van het leven te houden?

En de velen die ziek zijn en gebroken. Hebben wij tijd en aandacht voor hen? Proberen wij te helpen waar het kan en moet en vooral willen wij luisteren naar hun verhaal en hun bemoedigen in hun hard bestaan?

Het zijn zovele vertalingen van het ene begrip ‘Liefde’. Een Liefde die Jezus ons is komen brengen. Waarvan de evangelist Johannes zegt: God is Liefde. Die liefde is goddelijk en wij worden uitgenodigd om alle mensen in die liefde te laten delen. Opdat onze wereld een ‘goddelijke wereld’ zou worden met ‘goddelijke mensen’.

 

Pastoor Paul