Brief van Pastoor De Craene 17 - 7-2019

WAT ‘GODDELIJK’ IS LIEFHEBBEN.

Tijdens de vakantietijd worden ons een aantal mooie evangelieteksten aangeboden. Op 14 juli, het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Het is een verhaal dat Jezus vertelt als antwoord op de vraag van een Schriftgeleerde: ‘Wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?’ Jezus begint zijn antwoord met de vraag ‘Wat staat er in de Schrift?’ De Schriftgeleerde antwoordde: ‘Gij zult God en je naaste liefhebben.’ Waarop de Schriftgeleerde terug vraagt: ‘Wie is mijn naaste?’ En dan vertelt Jezus dat prachtige verhaal van een Samaritaan die op reis is en onverwacht en onvoorzien botst op een overvallen en gekwetste Jood. De streek waar hij doorreisde was een zeer gevaarlijk gebied. En toch, de Samaritaan houdt halt om die Joodse man te verzorgen. Wetend dat Samaritanen en Joden vijanden waren van elkaar. En toch, de Samaritaan schenkt aan de gekwetste alles wat hijzelf nodig had om zich te beschermen tegen de hitte van de zon en de dorst, tijdens zijn zware reis. Meer nog, hij laat de gekwetste verzorgen in de volgende herberg en betaalt er de onkosten. Van solidariteit gesproken! In deze vakantietijd ontmoeten ook wij vele mensen die wij niet kennen. Soms zijn het mensen in nood. Zullen wij zoals de tempelpriester en de leviet uit het verhaal een boogje maken rond het onheil of met een groot hart de getekende mens tegemoet gaan. En dus, naaste worden. Dat wil zeggen: naast de mens gaan staan die in nood verkeert. Een naaste kiest men niet! Een naaste wordt men door in te gaan op het appèl van de andere, de medemens, die je ongevraagd ontmoet op je levensweg. Dat klonk revolutionair in Joodse oren. Want de naaste, dat waren de broeders en zusters uit de eigen geloofsgemeenschap. De niet Joods-gelovigen moest men mijden, die waren zondig. Jezus houdt hier een pleidooi om solidair te zijn met iedere mens in nood. Juist die bezorgdheid voor iedere mens, heeft hem de kop gekost. Inderdaad, een andere weg tot ware vrede in de wereld is er niet. De vrede wordt daar geboren waar een mens het eigen belang opzij schuift om zijn bestaan in liefde te schenken aan de andere. Juist in die andere, worden wij door God aangesproken om uit onze schelp te komen.

De zondag nadien worden ons in het evangelie Martha en Maria voorgesteld. Twee modellen van geloof. Maria zit aan de voeten van Jezus te luisteren naar diens boodschap van Liefde, terwijl Martha druk doende is met de bediening. Zo dikwijls wordt daarbij de vraag gesteld wie heeft het beste deel gekozen, Martha of Maria. Alsof het luisteren naar Jezus’ woord belangrijker zou zijn dan het dienen van je medemensen. Beiden zijn uitingen van eenzelfde geloof. Zei de apostel in zijn brief niet: een geloof zonder de daden is een dood geloof. Er kan van geen liefde sprake zijn als die niet gepaard gaat met een daadwerkelijke en liefdevolle inzet voor je medemens. Maar anderzijds houden wij het maar vol in het liefhebben als wij ons laten inspireren en motiveren door die boodschap van liefde die Jezus ons bracht. Geloof en inzet zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Wij worden als gelovigen geroepen om zowel ‘Martha’ als ‘Maria’ te zijn!

Pastoor Paul