Brief van Pastoor De Craene 17-02-2021

Aswoensdag, de Weg naar binnen.

Op Aswoensdag 17 februari begint de vastentijd. Een tijd van bezinning en gebed, vasten en solidariteit. We doen het samen, dat is gemakkelijker. Als symbool hangen wij aan het altaar een ketting met vele schakels; een keten van verbondenheid. De lezingen van deze dag spreken ons over het samenroepen van mensen. De profeet Joël zegt ons in de eerste lezing: ‘Blaas op de bazuin, kondig een heilzame vastentijd aan, verzamel het volk’. In de evangelietekst krijgen de leerlingen van Jezus een inhoudelijke invulling van wat die vastentijd kan betekenen. ‘Als ge een aalmoes geeft, bazuin het dan niet uit’, maar doe het in stilte en met een groot hart. ‘Als ge bidt, doe dat in alle eenvoud’ en in de stilte van uw hart. ‘Als ge vast, doe dat met een blij gemoed’ en niet met een uitgestreken gezicht om aan de mensen te laten zien dat je aan het vasten zijt.’ Genoeg stof om over na te denken.

Bij de profeet Joël worden wij gevraagd om te werken aan een totale ommekeer. ‘Ge moet niet uw kleren scheuren om te laten zien dat je aan het vasten bent’, zegt hij, ‘maar je moet je hart openen.’ Je hart openen voor het Woord van de Heer. Een Woord dat ons uitnodigt om met Gods ogen naar deze wereld te kijken, naar Zijn mensen en Zijn schepping.

Hoe gaan wij daar mee om? God heeft Zijn Woord in ons hart gelegd opdat het vruchten zou dragen in deze wereld. In de eco-kerk wordt voorgesteld om tijdens deze vastentijd een boom te planten en er verwonderd over te zijn hoe die groeit en bloeit en vruchten draagt. Zo moeten ook wij Godsgelovige zijn, mensen die groeien in liefde en geloof, mensen die bloeien van geluk in Gods schepping te staan, mensen die goede vruchten voortbrengen. Vastentijd is dan helemaal geen droeve tijd, maar een tijd van groeien in liefde en solidariteit … En daar worden wij allen beter van!

In het evangelie leert Jezus ons hoe wij aan deze vastentijd inhoud kunnen geven. Een eerste gedachte is: het geven van aalmoezen. Dat is niet nieuw. Het was de opdracht van elke vrome jood om goede werken te doen, en te delen met de armen. Voor ons gaat het niet alleen om onze individuele giften, ook als gemeenschap hebben wij de plicht solidair te zijn met de vele volkeren die in verschrikkelijke armoede leven. In zijn encycliek ‘Fratelli Tutti’ schrijft paus Franciscus: “De wereld is er voor iedereen, omdat we allemaal met dezelfde waardigheid op deze aarde geboren zijn. Verschillen in kleur, religie, talent, geboorteplaats, woonplaats en nog zoveel meer kunnen niet opgeëist of gebruikt worden om te rechtvaardigen dat de privilegies van sommigen boven de rechten van iedereen geplaatst worden. Als gemeenschap hebben we de plicht ervoor te zorgen dat ieder mens waardig kan leven en voldoende mogelijkheden heeft om zich integraal te ontwikkelen.”

Tevens worden wij door Jezus uitgenodigd tijd te maken voor gebed. Wij hebben er allen nood aan om als persoon en om als gemeenschap ons hart open te stellen voor God. Zonder die verbondenheid raken wij de bron van leven en liefde kwijt en verschraalt ons geloofsleven tot het vervullen van een aantal religieuze verplichtingen.

Tot slot spreekt Jezus ons over ‘vasten’. Een tijd om op zoek te gaan naar een andere levenshouding, waarbij wij bereid zijn om te consuminderen. Om op een zorgzame wijze om te gaan met de schepping en er geen misbruik van maken. Het rijke westen gebruikt te veel van wat de aarde ons te bieden heeft. Met als gevolg dat miljarden mensen te kort hebben. Wij moeten niet alleen bereid zijn om de aardse goederen te delen, maar wij moeten ook zorgzaam omgaan met de vruchten van deze aarde, want die voorraad is niet eindeloos. En, wij vervuilen deze aarde met alle gevolgen: het verschralen van de natuur, de klimaatwijzigingen, … Broederlijk Delen betekent dus dat wij op een zeer zorgzame wijze omgaan met moeder aarde en iedere mens. Dit jaar viert Broederlijk Delen zijn 60ste verjaardag. Het begon toen met een oproep van de Belgische Bisschoppen om de hongerlijdende bevolking van Congo te helpen en solidair te zijn met de inwoners van onze vroegere kolonie. Zo werden alle gelovigen uitgenodigd om tijdens de vastentijd te versoberen en te delen met wie in nood is. Meer en meer groeide de overtuiging dat ook de gemeenschap diezelfde solidariteit  moet verzekeren met alle ontwikkelingslanden en alle bevolkingsgroepen die een mensonwaardig bestaan kennen.

We stellen ons nogal eens de vraag: ‘Wat eten wij vandaag?’ Op vele plaatsen echter, hier en in het Zuiden, wordt de vraag anders gesteld: ‘Is er eten vandaag?’

Lieve Herijgers, directeur van Broederlijk Delen schrijft: “Delen doet goed … Wij willen niet moraliseren of dwingen maar meer dan ooit tonen dat we geboren delers zijn!“ JIJ OOK?

Daarom bidden wij:

U geeft ons de kans God, om nieuwe mensen te worden.

Veertig dagen doen wij erover om te groeien in loslaten en helder zien.

Maak ons klaar om U te ontdekken in elke mens steeds opnieuw.

Pastoor Paul