Brief van Pastoor De Craene 13-1-2021

Een milde god

Je hoort het de mensen nog wel eens zeggen: “’t Moest nog eens oorlog worden … de kerken zouden wel vol lopen”. Bij deze uitspraken heb ik grote bedenkingen. Er zijn in deze wereld nog altijd diverse conflicten. Ook onze rust is het vorige jaar verstoord door een wereldomvattende pandemie die velen angst en verdriet heeft bezorgd. Maar ik ben er nog niet zo zeker van dat mensen bij zware tegenslagen of uit angst terug in grote getale naar de kerken zullen lopen. Zeker niet in onze, van kerk en geloof vervreemde, westerse samenleving. Wel is waar, dat wij voor onze kerstboom in de kerk nog nooit zoveel wenskaarten hebben ontvangen. Ook het aantal kaarsjes dat brandt is groter dan anders. Dat toont aan dat er meer mensen in deze tijden een bezoek brengen aan de kerk en in hun gebed hun vertrouwen stellen op Gods Liefde. Maar als angst in deze barre tijden de enige drijfveer is, dan hebben deze rituelen maar weinig met geloof maar eerder met bijgeloof te maken. De God waarin wij geloven is geen angstaanjagende of straffende God en ook gaan krachtpatser die ingrijpt als het ontij zich aanmeldt, maar een meelevende God die met mensen op weg wil gaan … doorheen de duisternis naar een nieuw licht.

In het evangelie van volgende week zondag roept Jezus de mensen op om zich te bekeren, en terug te komen van hun heilloze wegen. Niet door angst te prediken of door te straffen, brengen we mensen tot nieuw leven maar door hun een positief project voor te houden. En dat positief project is: Het Rijk Gods. Jezus wil geen onheilsprofeet zijn die mensen afdreigt, maar hij zegt hun Gods mateloze liefde toe en het geduld dat Hij met mensen heeft. ‘Ik ben niet gekomen om te oordelen en te veroordelen, maar om te redden.’ (Joh 12) Zo roept Hij zijn leerlingen op om vissers van mensen te worden en mensen samen te brengen rond Zijn boodschap. Wat dit betekent legt Hij uit aan de leerlingen van Johannes de Doper als zij bij hem komen met de vraag ‘Wie zijt gij?’. Jezus zegt: ‘Ga aan Johannes zeggen wat gij hoort en ziet: blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd’. Met andere woorden, Hij haalt mensen terug naar boven die dreigen ten onder te gaan aan allerlei vormen van miserie. Hij wil mensen redden die dreigen te vergaan in een zee van ellende. Hij wil mensen terug oppikken die dreigen schipbreuk te lijden in hun leven of in de samenleving. Hij wil dat mensen ten volle leven en gelukkig zijn. In deze tijden werden wij dan ook zo dikwijls getroffen door de grenzeloze inzet van zorgverleners en vrijwilligers voor hun door ziekte getroffen medemens.

De leerlingen van Jezus worden nu opgeroepen om hetzelfde te doen. Ook aan hen wordt gevraagd om mensen terug op te vissen. Wij worden dus vandaag geroepen om zorgzaam om te gaan met elkaar, met de mensen die het moeilijk hebben en ziek zijn. Met gezinnen en families die door tegenslagen ten einde raad zijn en zonder de uitgestoken hand van medemensen niet verder kunnen. Met andere woorden: Hij roept ons op om van de dagelijkse bezigheden iets goddelijks te maken. Gelovigen zijn geen uitzonderlijke mensen. Het zijn mensen die proberen van hun dagelijks leven iets moois te maken. Het Rijk Gods groeit daar waar mensen proberen in het leven van elke dag iets van Gods Liefde tastbaar te maken, zoals Jezus deed. Zo is onze levenswijze een bijdrage tot een gelukkiger en beter leven voor iedereen, wat wij in deze nieuwjaarsdagen elkaar toch toewensen. De God die wij aanbidden en verkondigen is een God die in alles het goede voor de mensen wil en elkeen uitnodigt om die goedheid met anderen te delen. Zo wordt het een hoopvol en gelukkig jaar, wat wij in deze nieuwjaarsdagen elkaar toch toewensen! Reeds kijken wij uit naar de tijd dat wij elkaar ook weer kunnen ontmoeten tijdens de vieringen in onze parochiekerk en elkaar kunnen bemoedigen in het beleven van ons geloof.

Pastoor Paul