Brief van Pastoor De Craene 04-12-2019

GELUKKIG / ONGELUKKIG ZIJN

In deze adventstijd kijken wij hoopvol uit naar het nieuwe leven, naar een nieuwe tijd. Ook al voelen juist in die donkere tijden zoveel mensen zich ongelukkig. Onlangs verscheen een nieuw boek van psychiater Dirk De Wachter met als titel: ‘De kunst van het ongelukkig zijn’. Een boek dat ons doet nadenken over de zin en de betekenis van ons leven. Want inderdaad, mensen kunnen veel meemaken en in situaties komen als ziekte, ouderdom en dood, die als zeer pijnlijk worden ervaren en die het dagelijks leven donker kleuren. Ondanks hun toewijding voelt de omgeving zich daarbij dikwijls machteloos. De vraag is: wanneer is een mens dan wel gelukkig? Meike Bratels (hoogleraar welzijn) zei eens: ‘Voor geluk kun je genetische aanleg hebben. De één ervaart van nature gemakkelijker geluk dan de ander. Wat niet betekent dat een zeker niveau van geluksbeleving onbereikbaar is voor iemand die minder aanleg heeft. Hij moet er alleen harder voor werken.’ Daarom is het streven van mensen naar steeds beter en steeds meer niet altijd noodzakelijk. Dat geluk mag ook eens iets minder zijn. Onze omgeving is daarbij zo belangrijk: zij kan ons het gevoel geven dat je door mensen gedragen wordt, ook als het eens moeilijk gaat. Zij voorkomen dikwijls het gevoel van verlatenheid, eenzaamheid, depressie en in het ergste geval van zelfmoordpogingen. Onderzoek toont aan dat de meeste inwoners van ons land zich gelukkig voelen, ook al zegt men dat ongeveer 1 op 4 zich niet gelukkig voelt, door opgelegde verplichtingen, gezondheids- of relatieproblemen, geldnood ….

Het ‘gelukkig-zijn’ behoort tot ons hoogste goed. ‘Gelukkige verjaardag’, ‘Gelukkig Nieuwjaar’, ‘als je maar gelukkig bent’, enz. Misschien leeft juist in het welvarende Westen het grote misverstand dat wij dat geluk op ons eentje moeten verwerven. En, we moeten dit hier bereiken want na de dood is er voor velen niets meer. Dus als we niet verkrijgen wat wij verwachten zijn wij teleurgesteld. Een beetje geluk is niet genoeg. Het moet steeds maar meer zijn: ‘het onderste uit de kan halen’. Wij moeten er over nadenken of ‘gewoon’ en ‘matig’ ook niet goed is en voldoening schenkt, zonder permanent dwangmatig alles na te streven waar men van droomt of wat men aanprijst. In plaatst van steeds meer te consumeren, wat consu-minderen. Want het jachtig streven naar steeds meer maakt een mens angstig om niet te bereiken wat hij/zij wil.

Het idee dat het leven steeds leuk moet zijn is de ziekte van deze tijd. Zo maakt men een scheiding tussen mensen: zij die geslaagd zijn en zij die niet geslaagd zijn. Je loopt daarbij steeds het gevaar tot de tweede categorie te behoren. En, je wordt er ook dikwijls voor verantwoordelijk gesteld! Dat klopt niet! Wij zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor elkaars geluk. Echt geluk valt niet te kopen, of eigenmachtig te verwerven. We moeten het aan elkaar schenken. Het aardse leven is nu en dan, vroeg of laat, toch wel eens moeilijk voor iedereen. Alleen zij die zich gedragen weten kunnen de zorgen aan. De zorg voor elkaar is een belangrijke maatschappelijke opdracht waarvoor we allen verantwoordelijk zijn. Ook ons geloof in de Liefde van de Andere (van God) maakt onze zorgen draaglijk. Wie gelooft weet zich, ondanks alles, gedragen door een God die Liefde is en voor elke mens het geluk wil. Dat neemt onze zorgen in dit aardse tranendal niet weg, maar het plaatst ons leven wel in het perspectief van het eeuwige. Een mens is niet gedoemd om ten onder te gaan in verdriet, maar om eens te leven in heerlijkheid en er voor altijd gelukkig te zijn. Wie dat geloof moet missen, kent enkel een aards bestaan dat misschien wel nooit voldoening geeft. Wie gelooft in God en de andere , weet zich in liefde gedragen.  Dat schenkt een diepe vreugde.

Pastoor Paul