Brief van Pastoor De Craene 03-06-2020

DRIEVOUDIG IS GOD

Op veel schilderijen en ook iconen vind je Gods Drievuldigheid voorgesteld met God, als Vader en gever van het leven en aan zijn rechterzijde de Zoon, met het boek, het woord Gods, in zijn hand en de Geest voorgesteld als een duif.

De meerderheid van de oudere lezers herinnert zich nog de catechismusvragen:

‘Wie is God?’ Het antwoord was: ‘God is een zuivere geest, oneindig volmaakt, schepper, heer en meester over hemel en aarde, oorsprong en einddoel van alle dingen’.

‘Is er meer dan één God?’…’Neen, er is maar één God.’

‘Hoeveel goddelijke personen zijn er?’ ‘Er zijn drie goddelijke personen: God de Vader, God de Zoon en God de heilige Geest’.

Met deze antwoorden moest men het doen. Nogal theoretisch en verre van aantrekkelijk. Nochtans is de vraag ‘Wie is God?’ van alle tijden. Het mysterie van de heilige Drievuldigheid, dat wij vieren de zondag na Pinksteren, lijkt ons meer een bedenksel van Godgeleerden. Ook de definitie van het woord mysterie is weinig zeggend, volgens de oude catechismus: ‘Een wonder dat je niet kunt verklaren, dat je moet aanvaarden’. Mensen voelen zich daarom het meest aangetrokken tot Jezus, die is ‘mens’ geworden en over Hem hebben evangelisten geschreven. Wij weten dus wat Hij heeft gezegd en gedaan.

Het feest van de Drievuldigheid daagt ons uit om over God na te denken. Doorheen de geschiedenis van de Openbaring laat God zich aan zijn mensen kennen. Als een barmhartige God, die omziet naar zijn volk en die zich met zijn mensen verbonden weet. Een God die Abraham opriep naar een ander land te trekken; ‘het land dat God hem tonen zou’. Als de God van Abraham, Isaak en Jacob, die doorheen de wisselvalligheden van de geschiedenis trouw blijft aan zijn mensen. Als een God van de bevrijding: Jahweh: ‘Ik zal er zijn’, die Mozes opriep om met zijn volk op weg te gaan naar een nieuwe tijd. Weg uit de slavernij, weg uit elke onmenselijke levenssituatie, naar een nieuw land waar elkeen gelukkig mag zijn. Als een God van het Verbond, zo leerden zij Hem kennen, waarvan zij geloven dat Hij ook de God van de Schepping is, die het heelal, de aarde, het leven en de mens geschapen heeft. Hij is de Schepper van al wat bestaat. Een God die zijn schepping aan mensen heeft toevertrouwd om er zorg voor te dragen. Jezus noemde die God van het Volk: ‘Vader’. Schepper en grond van ons bestaan. Een liefdevolle Vader die voor ons vrede en leven wil.

Van die Jezus zeggen wij dat Hij Zoon van God is. God heeft zich in Jezus totaal uitgesproken en getoond: in een menselijke taal, in een menselijk wezen. Zo is die Jezus van Nazareth het gelaat van Gods Liefde in deze wereld. Een Liefde tot het uiterste. Een goddelijk man die het leven van mensen in alles heeft gedeeld. Ja, zelfs tot in het lijden en de dood werd God solidair met de mensen. De verrijzenis van Jezus wordt zo Gods antwoord op het lijden en dood van de mens. Als een goede, barmhartige Vader draagt Hij zorg voor ons leven. Niets laat Hij verloren gaan van wat Hij in liefde heeft geschapen.

En meer nog, Hij laat ons niet verweesd achter. ‘Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen’, zo zingen wij. Gods liefdevolle Geest blijft ons nabij ook als die ‘goddelijke man’ niet meer in menselijke gedaante onder ons aanwezig is. Zijn liefdevolle kracht zal ons vormen en sterken om naar Jezus’ voorbeeld dat verhaal van Liefde in woorden en daden verder door te geven. Want zo eenvoudig ligt het allemaal niet. De eerste christenen kenden zware vervolgingen. Maar ook heden: de kerk heeft nog nooit zoveel martelaren gekend als vandaag. En in onze geseculariseerde wereld wordt de gelovige, de Bijbelse Boodschap niet met groot applaus verwelkomd. Integendeel, men zal het niet nalaten, daar waar men kan, om dat geloof en de gelovigen, belachelijk te maken en als naïef van de hand te doen. Het lijkt soms dat wij met een kleiner wordende groep haast alleen staan met ons geloof. En wij kunnen niet voorbij aan vragen als: ‘Is het wel allemaal waar en de moeite waard?’ Johannes doet in zijn evangelie reeds de oproep om ons hart te openen voor de aanwezigheid van de heilige Geest. De ervaring van Pinksteren werd dé kracht van de jonge kerken.  Leven vanuit de Geest die Jezus bezielde… daar komt het op aan.

Die Goddelijke aanwezigheid wordt nog steeds ervaren in enthousiaste mensen, (Theos: God), in mensen die Zijn geest en liefde doorgeven en die in beweging komen voor het goede. Die Geest maakt ons gelijkvormig aan Jezus… Hij nodigt ons uit om zoals Hij mensen te beminnen en beminnend in het leven te staan. Gelovig-zijn betekent met Gods hart naar deze wereld en zijn mensen kijken. En even zorgzaam als Hij werk maken van een wereld en een schepping zoals God die droomt. Wij kunnen die Geest niet naar onze hand zetten, wij kunnen ons er wel door laten bezielen en vooral, je ervaart die Geest in zoveel mensen die ‘als een god van een mens willen zijn voor anderen’. Die Geest die mensen en mensengemeenschappen boven zich zelve uittilt opdat het meer en meer een ‘goddelijke wereld’ zou worden met ‘goddelijke mensen’.

Ook vandaag worden wij op dit feest geappelleerd om op vaderlijke wijze zorg te dragen voor de schepping en de mensen. Om naar het voorbeeld van Jezus die goddelijke Liefde met elkaar te delen. Om in de Geest van Jezus met God en elkaar verbonden te leven.

‘De genade van de Heer Jezus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen.’ Met deze groet, de samenvatting van ons geloof in God, begroeten wij elkaar op al onze samenkomsten!

Pastoor Paul